|
Bron: Overgeld Hoewel 'duurzaam' steeds verder oprukt, ook in de financiële wereld, is dat niet altijd zo geweest. Met name de overheidsprikkel tot maximaal 2,5% belastingvoordeel heeft beleggingen in 'groene projecten' zeker meer populariteit bezorgd. Deze maatregel stamt uit 1995. Het Triodos Groenfonds bestond – onder een andere naam – al vijf jaar eerder. Kerngegevens: - Naam: Triodos Groenfonds
- Uitgever: Triodos Bank
- Categorie: groenfonds
- Fondsbeheerder: Bas Rüter (sinds maart 2002)
- Beheerd vermogen: ± €459,2 miljoen
- Beheerskosten: 0,8% per jaar
- Kostenratio: 1,3% (2006)
- Performance fee: nee
- Rendement per 31 juli 2007 (benchmark)
- 1 jaar: 0,5%* (1,0%)
- 3 jaar: 1,4%* (2,9%)
- 5 jaar: 2,9%* (4,5%) *exclusief max. 2,5% belastingvoordeel
Naast de van oorsprong 'groene banken' Triodos Bank en ASN Bank komen ook andere banken steeds vaker met dergelijke groene beleggingen. "In 1995 zagen we een exploderende groei", weet fondsbeheerder Bas Rüter nog. "Voor die tijd bestond de markt uit twee fondsen van Triodos Bank en die hadden zo'n 20 miljoen gulden onder beheer. Inmiddels is het een markt van 6 miljard euro. De fondsen kregen mét belastingvoordeel toch meer aandacht dan zonder, zeker als de grootbanken het ook gaan verkopen. En dat juichen we ook van harte toe." Voorwaarde voor de financiële meevaller van maximaal 2,5% (zie duurzaam en de fiscus voor meer uitleg) is wel dat de particulier geld steekt in een door de overheid erkend groenfonds. Het groenfonds zelf moet weer in door diezelfde overheid aangewezen 'groene projecten' beleggen. Deze fondsen doen dat door middel van leningen. Voorbeeld: een biologische boer kan bij een 'gewone' bank een lening afsluiten voor zijn bedrijf, maar kan dezelfde lening ook goedkoper krijgen via een groenfonds. Rüter: "Een biologische boer betaalt bij een 'groene bank' zo’n 1 tot 1,5% minder rente op zijn lening dan bij een 'niet-groene' bank." De boer is dus minder kwijt, maar de belegger krijgt ook minder rendement dan gangbaar is in de markt. Want de rente-opbrengsten van de leningen vormen het rendement voor de belegger. De overheid compenseert dit verschil door deze groene investeerder een belastingvoordeel van 2,5% te geven. De portefeuille van het Triodos Groenfonds is voor het overgrote deel gevuld met leningen zoals aan de biologische boer in het voorbeeld. Daardoor heeft het fonds het karakter van een obligatiefonds (een laag risicoprofiel dus), want een obligatie is in feite ook niets anders dan een stukje van een lening. Niet voor niks gebruikt het fonds als benchmark een index voor Nederlandse staatsobligaties. De wet schrijft voor dat een groenfonds minimaal voor 70% uit groene leningen moet bestaan. Het Triodos Groenfonds zat per eind juni op 84,5%, ruim 300 leningen. Allemaal financieringen van Nederlandse projecten, aldus fondsbeheerder Rüter. De samenstelling is heel divers, van een duurzaam bosbouwbedrijf in Overijssel dat vakantie-chalets maakt tot een biologische geitenboerderij in het Amsterdamse Bos. De leningen vallen voor het overgrote deel in vier categorieën. Ruim de helft is financiering van duurzame energie, met name windmolenparken. Daarnaast de biologische landbouw, duurzaam bouwen (bovengemiddeld energiezuinige kantoren) en natuur & landschap. In de laatste categorie vallen vooral leningen aan het Nationaal Groenfonds. "Wij financieren hen goedkoper, waardoor ze met hetzelfde kapitaal meer natuurgebieden kunnen aanleggen", vertelt Rüter. Een extra aspect aan de 'groene markt' is de concurrentie. Als er een interessant project aan zit te komen, moet je er als fonds op tijd bij zijn, anders financiert een ander fonds het. Wel even wat anders dan het aanschaffen van aandelen Shell, Philips of Heineken, waar van concurrentie geen sprake is. Het is dus zaak om snel de goede projecten eruit te pikken. " Er zijn weken bij dat er twee projecten op mijn bureau komen en weken met twintig", illustreert Rüter. Er komen volgens hem aanvragen binnen voor leningen van 100.000 tot 50 miljoen euro, maar gemiddeld zitten de leningen zo rond de 1,4 miljoen euro. "Ons team screent alle nieuwe projecten op twee aspecten. De eerste vraag is of het een 'echt groen' project is, of het onder de regeling valt. En dan de bancaire beoordeling: is dit een solide project? Als allebei de vragen met ja worden beantwoord, verstrekken we de lening", legt Rüter uit. Daarnaast kan een eerste afwijzing wellicht nog rechtgezet worden door de aanvrager. "Als iemand onze voornaamste kritiek kan weerleggen, zijn we altijd bereid om nog eens te kijken. Er zit namelijk geen maximum aan het aantal leningen in onze portefeuille. Het liefst heb ik er zo veel mogelijk, want dat leidt tot een betere spreiding. Dus als een initiator van een duurzaam project bijvoorbeeld te weinig eigen geld heeft, maar een rijke tante vindt die wil bijspringen, dan kunnen we altijd nog eens kijken." Meer informatie: Informatiesite over het fonds Prospectus (pdf) Dossier van het Ministerie van VROM over groen beleggen Deze rubriek is enkel bedoeld om te informeren over de werking, inhoud en prestaties van het fonds en is derhalve uitdrukkelijk niet bedoeld als beleggingsadvies of dan wel een koop c.q. verkoopadvies. Wijzerduurzaam.nl aanvaard op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voor eventueel geleden schade vanwege het gebruik van deze informatie.
|